Stichting tot instandhouding van de Joodse Begraafplaats Wassenaar
Geschiedenis
In 1694 werd aan de Scheveningseweg de eerste Joodse begraafplaats van Den Haag gesticht voor het begraven van beide “Joodse Natiën”, d.w.z. de Sefardiem (Portugese en Spaanse Joden) en de Asjkenaziem (Hoogduitse Joden uit Duitsland en Oost-Europa).
Een Joods graf is eeuwig en mag niet worden ontruimd of hergebruikt. Vanwege de groei van met name de Asjkenazische gemeente in Den Haag werd de begraafplaats in de loop der eeuwen vele malen uitgebreid.
Eind 19e eeuw, er waren toen ongeveer 10.000 graven, werd duidelijk dat de begraafplaats aan de Scheveningseweg te vol raakte.
In 1903 kocht de Joodse Gemeente Den Haag voor het toen zeer aanzienlijk bedrag van fl. 57.385 een stuk grond in Wassenaar nabij de weg naar Amsterdam voor het vestigen van een tweede begraafplaats.
De drijvende kracht achter de aankoop was Jacob Simons (link naar rubriek bijzondere graven volgt). Bij de aankoopsom voor de grond kwamen de kosten voor het ophogen en ommuren van het terrein en het bouwen van het metaarhuis (link naar rubriek rituelen en gebruiken volgt) en de beheerderswoning. Voor de dekking van de kosten werd onder de gemeenteleden een renteloze lening uitgeschreven.
Op 8 november 1906 werd het eerste graf gedolven. In dit graf - veld A, regel 1, graf 1- ligt Clara van Dijk begraven.

Indeling
Op de begraafplaats aan de Scheveningseweg werden vanaf het begin af aan liggende grafzerken geplaatst. Dit was Sefardisch gebruik. De Hoogduitse Joden namen dit gebruik over en zagen daarmee in Scheveningen van hun gewoonte af om staande grafstenen te plaatsen.
Op de Hoogduitse begraafplaats in Wassenaar was dit niet toegestaan en werden uitsluitend staande zerken toegelaten.
Op de begraafplaats zijn 10 velden met letters aangegeven, in de velden zijn de regels (rijen) met getallen aangegeven en de graven met grafnummers.
Volgens Joods gebruik zijn de graven naar het oosten gericht.
De eerste rij is in z’n geheel gereserveerd voor Kohaniem (link naar rubriek rituelen en gebruiken volgt) opdat een koheen het graf van een naaste kon bezoeken zonder de echte begraafplaats te betreden.
Kohaniem mogen zich niet aan een overledene verontreinigen en mogen daarom slechts onder bepaalde restricties op een begraafplaats komen.
Kohaniem zijn afstammelingen van de eerste hogepriester (Koheen) Aron.

