top of page

Oorlogstijd

De beheerders van de Joodse begraafplaatsen in Wassenaar en Scheveningen beleefden in mei 1940 droevige weken. Op Wassenaar werden de tussen 10 en 15 mei gesneuvelde joodse militairen met militaire eer begraven.

In deze periode werd een nog groter aantal mensen ter aarde besteld dat vrijwillig de dood had verkozen boven te leven onder de Duitse bezetting.
Een aantal op de begraafplaats Wassenaar aanwezig familiegraven zijn daarvan blijvende getuigenissen. 

De beheerders van beide begraafplaatsen, David Salomon d’Ancona (Scheveningen) en Wolf van Leeuwen (Wassenaar), hebben de vervolging niet overleefd.

De beheerderswoning van de begraafplaats in Wassenaar werd bij een luchtaanval op 5 december 1944 volledig verwoest.

Het gezin Van Leeuwen was toen al gedeporteerd. Voor het gezin Van Leeuwen zijn ter hoogte van het voormalige woonhuis struikelstenen gelegd. 

Na de oorlog

Na Amsterdam telt Den Haag het grootste aantal Joodse slachtoffers in Nederland: meer dan 12.000 Joodse inwoners van Den Haag zijn vermoord.
Op 11 december 1947 onthulde opperrabbijn Dow Jehoeda Schochet op de begraafplaats een monument ter nagedachtenis van de gedeporteerde en vermoordde Joden in Den Haag en Wassenaar. Het monument, een zuil, was een particulier initiatief en werd geplaatst voor het metaarhuis.
Bij dit monument vindt jaarlijks de Holocaust herdenking van de gemeente Wassenaar plaats. 

Door het kleine aantal leden geraakte de Joodse gemeente in financiële zorgen. In 1977 kocht de Gemeente Wassenaar een deel van de begraafplaats Wassenaar en het metaarhuis. Op dit deel van het terrein werden een algemene en een Katholieke begraafplaats aangelegd. Het metaarhuis kreeg de algemene functie van aula. 

Bij de verkoop werd met de Gemeente Wassenaar overeengekomen dat deze het herstel van de omringmuur, de restauratie van het voormalige metaarhuis en het eeuwigdurend onderhoud van de begraafplaats op zich nam.

gedenkteken-uitsnede.jpg

Het onderhoud van de zerken en graven valt niet onder de overeenkomst met de gemeente Wassenaar en is een grote zorg. Voor het overgrote deel van de graven zijn er geen nazaten en de kleine Joodse gemeente van Den Haag beschikt niet over de middelen om het onderhoud, zoals het voor de oorlog door Achoezas Kewer werd uitgevoerd, te bekostigen.

De Stichting tot Instandhouding van de Joodse Begraafplaats Wassenaar zet zich ervoor in om via sponsoring gelden in te zamelen voor restauratie. 

bottom of page